Iedere
woensdag middag met Maaike spelen. We zaten in groep 6. Onze grootste zorgen
waren het naar binnen smokkelen van een zak snoep die we zojuist stiekem
gekocht hadden, of het belletje lellen bij de boze buurvrouw. Onze
woensdagmiddagen waren geweldig.
En elke
woensdag middag gingen we weer naar die ene plek; de parkeerplek naast Maaike’s
huis. Vanaf daar konden we namelijk, via de prullenbak, de boom in, waardoor we
eerst allerlei obstakels moesten overleven om vervolgens over schuttingen in
tuinen van mensen terecht kwamen, waar we dan als een malloot doorheen renden
om de volgende tuin te kunnen passeren.
Voor ons was
deze bezigheid het spannendste wat er toen was. Niet gezien worden, niet vies
zijn zodat je ouders nergens achter komen. Zo soepel mogelijk over de
schuttinkjes klimmen en geen lawaai maken, voor de bewoners ons horen.
En deze boom,
de boom bij de parkeerplaats, was de plek waar het allemaal begon. Hier
begonnen we de dagen, hebben we eindeloos onze stiekem gekochte zakken snoep op
gegeten en gepraat over onze ‘verkering’.
Ooit hebben
we er een boomhut geprobeerd te bouwen. Overal planken gezocht en afgesproken
allebei 5 spijkers en een hamer mee van huis te nemen, zodat papa en mama het
niet zouden merken.
Deze droom
was vanzelfsprekend te mooi om waar te zijn, want verder dan de 2 op elkaar
getimmerde planken zijn we nooit gekomen. Dus bleef het maar bij de boom.
Gewoon ‘de boom’. Ook goed.
Nog één keer
ben ik bij deze boom geweest. De bal was over de schutting gekomen, vandaar. In
zekere zin dus toeval, maar bij het zien van deze boom ging er een kriebelend
gevoel door me heen. Een gevoel van de rust uit die tijd, van vriendschap,
vrede, liefde maar ook spanning. Maar ook verdriet. Ik voelde me aangeslagen,
dat zoiets moois uit die tijd zo voorbij is gegaan. Dat er een middag gekomen
moet zijn waarop wij niet meer in die boom te vinden waren.
Deze boom, op
de parkeerplaats naast Maaike’s huis, zal ik nooit vergeten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten